zaterdag 20 december 2014

Vier jaar ordening goudsector in Suriname heeft te weinig opgeleverd: het failliet van een commissie

Presidentiële Commissie Ordening Goudsector bestaat vier jaar

Illegale goudwinning tiert welig, kwik wordt onverminderd gebruikt, goudpontons actief op stuwmeer en rivieren en biodiversiteit vernietigd

Registratie en 'biomedische pas' goudzoekers leveren niets op

20-12-2014  Door: Paul Kraaijer/De Surinaamse Krant


De presidentiële Commissie Ordening Goudsector bestaat vandaag, zaterdag 20 december 2014, precies vier jaar. Vier jaren van ordening van de kleinschalige goudsector zal ongetwijfeld het nodige hebben opgeleverd. Maar, terugkijkend op de afgelopen vier jaren ordening moet helaas geconcludeerd worden, dat er nog bar weinig werkelijk structureel geordend is. Van ordening lijkt nauwelijks sprake te zijn. Het is een beleid dat drijft op gedogen en pappen en nat houden.

De commissie werkt vaak ad hoc, reageert op problemen in het veld, is weinig tot niet proactief, lijkt een gesloten commissie waarvan een van de woordvoerders, de leider van het Managementteam Gerold Dompig, moeite heeft met kritieken op het functioneren van zijn commissie en die zelden tot nooit naar buiten treedt met eigen persberichten, verklaringen, laat staan met rapporten en financiële verantwoordingen en van gedane toezeggingen en beloften is weinig tot niets terechtgekomen.
Daarenboven worden nu en dan wat illegale goudzoekers (porknokkers) uit bepaalde gebieden verwijderd, die binnen de kortste keren weer terug zijn, omdat ze niet snel genoeg nieuwe werkgebieden toegewezen krijgen.

Een van de eerste taken van de commissie was het registreren van goudzoekers. Ook werden zij voorzien van een zogenoemde biomedische pas. Maar, wat die registratie en het verstrekken, tegen een forse betaling overigens, van die pas hebben opgeleverd is vandaag de dag onduidelijk. Tegen het gebruik van kwik wordt niet opgetreden. De grenzen van Suriname zijn zo lek als een mandje, dus zolang er niet tegen het gebruik van kwik op de goudvelden wordt opgetreden, blijft kwik Suriname binnen gesmokkeld worden. Tegen de aanwezigheid van de zogenoemde scalians ofwel goudpontons op rivieren en het stuwmeer is ook niet of nauwelijks opgetreden. Neen, omdat de eigenaren van deze vernietigende drijvende goudfabrieken de staatskas flink vullen via forse opgelegde belastingaanslagen.

De website van de commissie is verre van actueel. Zo is bij de 'Agenda' dit te lezen als laatste agendapunt:

'De ordening goudsector heeft diverse activiteiten en werkzaamheden. Op dit moment staat gepland:
Registratie van goudopkopers
vanaf woensdag 6 juli 2011 (ongoing)
maandag - vrijdag tussen 8.00 en 15.00 uur
Hoofdkantoor: Mr. J. Lachmonstraat 181, Paramaribo'

Onder het kopje 'Documenten' is het laatste gepubliceerde document een presentatie van Gerold Dompig over de stand van zaken van de werkzaamheden van de commissie van 14 maart 2013.

De commissie lijkt niet echt veel actuele informatie te willen delen met het publiek via haar website. Verantwoording wordt niet door de commissie afgelegd, terwijl er miljoenen Surinaamse dollars in het functioneren van de commissie worden gepompt. (In de ontwerpbegroting 2013 van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen was ruim Srd 26 miljoen hiervoor uitgetrokken. Vergeleken met 2012 betekende dat een stijging van ruim Srd 9,5 miljoen.)

Kritiek uit oppositie en coalitie
Van veel toegezegde en beloofde zaken door de commissie is de afgelopen vier jaren nauwelijks iets tot helemaal niets terechtgekomen. Begin dit jaar kwam er meer en meer kritiek op het functioneren van de commissie en zelfs de roep om het opheffen ervan, vooral uit de politiek en zowel uit de oppositie als uit de coalitie in het parlement.

'De commissie Ordening Goudsector (...) heeft haar langste tijd gehad. Het is een totale flop waarin de Staat elk jaar steeds weer miljoenen stopt.' Dit zei (coalitie) parlementariër Marinus Bee (A Combinatie/ABOP). Volgens hem is het de hoogste tijd dat de president deze commissie ontbindt, zo liet hij op 10 februari dit jaar via de nieuwswebsite Starnieuws weten. Bee: 'De illegale porknokkers zouden een legale status krijgen en ook terrein om te werken. De Staat zou meer aan belasting innen uit deze kleinschalige goudsector. Niets hiervan is bereikt, het rendement evenaart de nul, terwijl we elk jaar zien dat er miljoenen worden opgebracht op de begroting van Natuurlijke Hulpbronnen voor de ordening. Ik ben bereid de discussie aan te gaan met wie dan ook over de output. Een van de belangrijkste reden voor het falen van de ordening in de goudsector is ook dat het vertrouwen tussen het veld en de commissie totaal is geschaad.'

Ruim een maand later, 14 maart, kwam het parlementslid Asiskumar Gajadien van de Verenigde Hervormings Partij (VHP) met documenten op de proppen in De Nationale Assemblee (het parlement) waar moest blijken dat te veel betaald was voor de zogenoemde Mining Service Center-kantoortjes van de commissie in het dorp Atjoni. Volgens Gajadien ontving Global Vastgoed-directeur Ajai Bhiekhemsing voor de post te Brownsweg, kilometer 34, 352.750 Surinaamse dollar. ‘Over het algemeen kosten bouwwerken die wij in het binnenland opzetten vaak het dubbele van wat aannemers in de kustvlakte zouden vragen’, was de reactie van Dompig tegenover Starnieuws. Hij stelde dat de transportkosten van materialen hoger zijn. Ook moet extra voor arbeidskosten worden betaald, omdat overnachting en voeding van de arbeiders ingecalculeerd moeten worden. In de praktijk blijken volgens hem ook maar weinig aannemers bereid te zijn in de verre binnenlanden hun arbeiders voor langere tijd uit te besteden.

Vrij recent, zei het BEP-Assembleelid Ronny Asabina in het Dagblad Suriname: ‘De Commissie Ordening Goudsector is een vloek voor de goudsector. Waar de binnenlandbewoners met veel fanfare deze commissie hebben verwelkomd, blijkt dat ze nu opgescheept zitten met een regelrechte vloek.’ Volgens de politicus bezorgt de commissie slechts problemen binnen de sector in plaats van dat zij de goudsector daadwerkelijk ordent. ‘Nog nooit heb ik zoveel roofovervallen en moorden meegemaakt op de goudvelden.’
Asabina hekelt vooral het feit, dat er te weinig wordt gecommuniceerd met de belanghebbenden. ‘Ordening moet inhouden, dat het delven van goud in de illegale sfeer wordt gelegaliseerd. Maar, deze is nog steeds niet gerealiseerd. Ook is het onduidelijk wat de functie en de taakstelling zijn van de leden van de commissie die riante salarissen uitbetaald krijgen.’
Er bestaat volgens Asabina geen twijfel over, dat er met geld over de balk is gegooid ten behoeve van deze commissie.

Waar blijft fonds voor goudzoekers?
In het ‘Ontwikkelingsplan 2012 – 2016 – Suriname in Transformatie’ van de regering Bouterse-Ameerali daterend van februari 2012, is onder ‘III.5.1. Goud en Ordening Goudsector' onder andere te lezen:

‘(...) De Regering zal op korte termijn een staatsbesluit slaan, betreffende de instelling van een investeringsfonds, ten behoeve van de ontwikkeling van de goudsector. Dit fonds zal het financieren van activiteiten in de sector die ondersteunend zijn naar de complete ordening en de duurzame ontwikkeling van de sector ter hand nemen. Kleine en middelgrote ondernemers alsook de overheid en Niet Gouvernementele Organisaties, NGO’s, zullen in aanmerking kunnen komen voor financiering van initiatieven en activiteiten, gericht op het opheffen van de chaotische, illegale en onveilige situatie in de goudrijke gebieden.’

Al op 6 november 2011 liet Gerold Dompig, weten dat er een investeringsfonds moest komen om kleinschalige goudzoekers te voorzien van een financiering. 'Er zijn nog wat haken en ogen hieraan. Wat doe je als de mijnbouwer failliet gaat of de lening niet kan betalen? Dit alles moet nog uitgewerkt worden en volgend jaar wordt het gepresenteerd', zei Dompig op de nieuwswebsite Starnieuws.
Inmiddels is het bijna 2015 en het fonds is er nog steeds niet. Wel blijkt de commissie recent de beschikking te hebben over een eigen verplaatsbaar milieuvriendelijke goudwinningsmachine waarbij voor de winning van goud geen kwik hoeft te worden gebruikt, zo blijkt uit een promovideo van de commissie (zie elders in dit artikel de video). Maar, wat is nu een van zo'n machine in het complete binnenland? Een druppel op een gloeiende plaat.....

Kwik, ondanks toezegging, nog steeds niet uitgebannen
Een andere door Gerold Dompig gedane toezegging is ook niet bewaarheid geworden, integendeel. Hij verkondigde in 2012 dat per 1 januari 2013 kwik zou zijn uitgebannen van de Surinaamse goudvelden. Feitelijk een onzinnige aankondiging. Iedereen weet immers, dat de grenzen van het land zo lek zijn als een mandje en dat kwik ongemerkt vanuit buurlanden als Guyana het land in wordt gesmokkeld. Nu en dan wordt er wat kwik bij Burnside, in het district Coronie, bij toeval, tijdens een routine verkeerscontrole, onderschept. Porknokkers en garimpeiro's (Braziliaanse goudzoekers) maken nog steeds op grote schaal gebruik van kwik (worden in geen enkel opzicht vanuit Paramaribo gestimuleerd en gemotiveerd om over te stappen op milieuvriendelijke winningsmethoden en –apparatuur) en verontreinigen daardoor het water in de kreken en rivieren en schaden de gezondheid van de inheemsen en marrons in het binnenland die van dat water dagelijks gebruikmaken. Denk aan de bewoners van Apetina en Anapaike (Wayana’s) bij de Lawarivier, bij wie een aantal jaren geleden uit onderzoek bleek, dat zij een te hoog kwikgehalte in hun haren hadden.

Geen enkele controle op kwikgebruik door goudzoekers binnenland
De regering en dus de Commissie Ordening Goudsector neemt echter nog steeds geen 'stevige' maatregelen om het gebruik van kwik uit te bannen. Er wordt op het gebruik ervan niet tot nauwelijks structureel gecontroleerd, bijvoorbeeld door onaangekondigde veldbezoeken, door agenten en/of militairen ofwel door de gewapende machten. De eerste hoeveelheid kwik moet nog in het binnenland in beslag worden genomen en de eerste goudzoeker die deze stof gebruikt moet nog beboet worden.

Voor milieu schadelijke goudpontons (scalians) worden gedoogd om staatskas te spekken
Medio juli 2011 werkte de Commissie Ordening Goudsector aan een plan om alle goudpontons te verwijderen. Dat was nog netjes, aldus Dompig, gelet op de manier waarop Frankrijk in buurland Frans-Guyana hiermee omging: ‘De Fransen zagen ze in tweeën door.’ Tegenover De Ware Tijd van 21 juli zei Dompig, dat het beleid van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen ‘duidelijk’ is. ‘Er worden geen vergunningen verstrekt om goud te winnen in de wateren van Suriname.’
Dompig liet eind juli tijdens een persconferentie weten dat het verboden is om naar goud te zoeken in het stuwmeer. ‘Niemand mag goud zoeken op het meer. Zelfs een kind kan begrijpen dat als je daar iets op de bodem gaat doen, de stuwdam kan worden ondermijnd. Vandaar dat er geen vergunningen worden afgegeven voor het goudzoeken of andere materialen zoals grind, zand of wat dan ook’, aldus de woordvoerder van de Commissie Ordening Goudsector. Over een geheimzinnige ‘scalian’ op het stuwmeer zei Dompig: ‘Dat ding mag daar niet zijn, vandaar dat wij hebben gezegd vanaf dag één, u moet hier weg, en uiteindelijk is het gevaarte daar weggehaald. In het kader van algemeen beleid gaan we kijken wat we gaan doen met deze grote ‘scalian’, maar ook met die tweehonderd kleintjes die staan op de Marowijnerivier, Surinamerivier en alle andere rivieren.’

Het bleken weer loze woorden van Dompig. De ‘scalian’ bleek op 27 december 2011 nog steeds niet te zijn verwijderd. Waarom dat niet was gebeurd, ondanks de woorden van Dompig, bleef onbekend.

Goudponton op stuwmeer. (Bron foto: Ronny Asabina)
Op 20 juli 2012 werd bekend, dat de Commissie Ordening Goudsector de goudwinningsactiviteiten van een groot ponton in de Marowijnerivier bij Langetabbetje had stopgezet, op verzoek van een van de lokale gezagsdragers. Volgens Gerold Dompig waren de goudzoekers bezig de structuur van het eiland aan te tasten. Naast het stopzetten van de activiteiten van het ponton werden ook de bouwwerkzaamheden van een ander ponton stopgezet. Ook in de Surinamerivier tussen de recreatieoorden White Beach en Berg en Dal zijn goudwinningsactiviteiten. ‘Ten aanzien van de pontons op de Surinaamse wateren is er een belangrijke operatie op komst’, aldus Dompig in de Times of Suriname van 20 juli. Die operatie gaat uitgevoerd worden, omdat goudzoekers al jaren illegaal op het water opereren en zich verrijken zonder dat ze een kopercent aan belasting betalen, aldus de krant. Dompig: ‘Inmiddels hebben eigenaren van de meeste actieve pontons op het water forse belastingaanslagen gehad van de Belastingdienst.’

Het optreden tegen goudpontons bleek begin september 2012 niets meer en niets minder dan een wassen neus te zijn. Bekend werd toen, dat de eigenaren van zestien grote goudpontons belastingaanslagen van gemiddeld vijf miljoen Surinaamse dollars hadden ontvangen. Volgens Dompig zouden ook eigenaren van kleine pontons aanslagen gaan ontvangen. De pontons riskeren verwijderd te worden als na onderzoek blijkt dat het milieu teveel schade van hun activiteiten ondervindt, zo berichtte De Ware Tijd op zaterdag 8 september 2012. De regering leek hiermee de aanwezigheid van goudpontons in de Surinaamse wateren te gedogen om de staatskas te kunnen spekken. De overheid gaat totaal voorbij aan eigen wetgeving die het zoeken naar goud in wateren in het land verbiedt. De regering kijkt toe hoe de bodem van diverse rivieren en van het stuwmeer op plaatsen wordt omgewoeld, wordt vernietigd door die drijvende goudfabrieken.

Nog recentelijk, donderdag 4 december, werd bekend dat negen goudpontons actief zijn op het stuwmeer en op diverse rivieren. Volgens het parlementslid Asiskumar Gajadien van de Verenigde Hervormingspartij, VHP, in het Dagblad Suriname op die dag, zouden die vaartuigen 'toebehoren aan personen die dichtbij de contreien van president Desi Bouterse zitten'.

Registratie en 'biomedische pas' leveren niets op
De commissie startte haar werkzaamheden op 10 januari 2011 voortvarend met de registratie van werknemers in de kleinschalige goudsector. In twee dagen tijd hadden zich al ruim zevenentwintighonderd personen gemeld bij de diverse registratieposten. Meer dan vijfentwintighonderd mensen hadden zich gemeld bij de posten te Merian, in het oosten van het land, en Afobaka en in Paramaribo bij het kantoor van de commissie in het onderkomen van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst tweehonderdentien, vooral concessie- en machinehouders. Iedereen die werkzaam is in de goudsector of directe verdiensten heeft uit die sector was opgeroepen om zich te melden. Bij de registratie moesten mensen hun naam, werkgebied en nationaliteit doorgeven.
Tien maanden later zei Dompig in het STVS/SRS-programma 'Mmanten Taki', dat in 2011 ruim tienduizend goudzoekers waren geregistreerd en tweehonderd machinehouders. Er zouden ongeveer dertigduizend porknokkers actief zijn in het binnenland. Begin maart 2012 maakte het lid van de Commissie Ordening Goudsector Melvin Linscheer bekend dat 14.500 goudzoekers waren geregistreerd. Daarvan slechts 3.827 Surinamers en maar liefst 10.849 buitenlanders, voornamelijk Braziliaanse garimpeiro's.

In de tweede week van juli 2012 begon de commissie met het verstrekken van legitimatiebewijzen aan alle geregistreerde goudzoekers. Volgens Dompig vormt het pasjessysteem een belangrijk onderdeel van de herstructurering van de goudsector. Het gaat om ID- kaarten, waarop alle biomedische gegevens van de houder, zoals vingerafdrukken, zijn opgenomen. Het pasjessysteem is een kostbare, maar noodzakelijke, operatie geweest. De software zou rond de 200.000 Surinaamse dollar hebben gekost. De ID-kaarten hebben een watervast laminaat laagje met ingebouwde chip, waarop de persoonsinformatie van de goudzoeker is vastgelegd. De beveiliging van de chip was nodig om te voorkomen, dat de gegevens gemakkelijk gekopieerd kunnen worden voor fraudegevoelige handelingen. De chip registreert alle bewegingen van de kaarthouder, waardoor de verantwoordelijke instanties exact kunnen weten in welke mijn een goudzoeker zich bevindt. Vanwege de hoge kosten van de operatie wordt eenmalig een bedrag van Srd 700 voor lokale goudzoekers in rekening gebracht. Buitenlandse goudzoekers moeten Srd 1.700 moeten betalen voor hun pas.

(Born foto: Dagblad Suriname)
De eerste mijnbouwpas voor goudzoekers werd pas op vrijdag 7 september 2012 door Dompig overhandigd aan een Braziliaanse goudzoeker uit het Meriangebied. De Commissie Ordening Goudsector was twee maanden eerder begonnen met de tweede registratiefase van goudzoekers die in aanmerking kwamen voor de pas. Volgens Dompig liet de pas iets langer op zich wachten vanwege technische problemen en problemen met de stroom- en internetvoorziening. ‘Wij konden geen vingerafdrukken naar Paramaribo sturen voor onze database. Maar gelukkig zijn de problemen al opgelost’, zo zei Dompig tegenover de Times of Suriname van 8 september. Maar, volgens die krant, waren er slechts tien pasjes gereed die spoedig verstrekt zouden worden.
De pas heeft voor zowel de overheid als de goudzoeker voordelen. Met de pas wordt een goudzoeker gekoppeld aan het belastingsysteem van de overheid, mag de goudzoeker werken in de goudsector en wordt hij lid van de School of Mining. Als lid van de School of Mining kan de goudzoeker gratis trainingen volgen die verzorgd zullen worden door de Commissie Ordening Goudsector.

'Het is belachelijk als ik bij moet houden hoeveel pasjes er zijn verstrekt'
Nadat op 7 september 2012 de eerste biomedische pas aan een goudzoeker was overhandigd, werd al snel duidelijk dat de meeste porknokkers en garimpeiro's niet zaten te springen om een dergelijke pas. Twee maanden later moest Gerold Dompig erkennen, dat de verstrekking van de identiteitspass een ‘klein onderdeel’ was in vergelijking met het andere werk dat zijn commissie moet verzetten. Hij bleek niet eens te weten hoeveel pasjes waren verstrekt. ‘Het zou belachelijk zijn als ik bij moest houden hoeveel van die pasjes al verstrekt zijn’, zo zei hij in de Ware Tijd van 9 november 2012. '

Februari 2013: slechts 100 pasjes verstrekt
De Commissie Ordening Goudsector maakte op 7 februari 2013 bekend, dat 20.000 goudzoekers waren geregistreerd, maar dat het verstrekken van pasjes aan de goudzoekers om toegang te kunnen verkrijgen tot aangewezen gebieden door de commissie, stroef verliep. Slechts honderd personen beschikten op 7 februari 2013 over een pasje.....
Sindsdien is er geen enkele informatie meer door de commissie verstrekt over de gang van zaken rond de pasjes, hoeveel goudzoekers inmiddels een dergelijk pasje hebben en of en zo ja, hoeveel, er aan belasting wordt afgedragen door geregistreerde goudzoekers.

Commissie rommelt en weet zich geen raad met Brownsberg Natuurpark
Zoals eerder aangegeven heeft de commissie zo nu en dan goudzoekers her en der uit illegale goudwinningsgebieden laten verwijderen. Maar, dat bleek geen zoden aan de dijk te zetten, omdat de uitgezette goudzoekers in een mum van tijd weer terugkeerden en verder gingen met hun voor het milieu vernietigende werk.

Commissie aan het werk in Brownsberg Natuurpark.
Dat was en is ook het geval in het beschermde (!) Brownsberg Natuurpark dat onder beheer staat van de Stichting Natuurbehoud Suriname, Stinasu. Het unieke natuurgebied, wereldwijd geroemd vanwege haar biodiversiteit, is onder toeziend oog en met instemming van de overheid (lees: Commissie Ordening Goudsector) deels verwoest door illegale goudzoekers. Goudzoekers zijn er uit gezet, maar kwamen weer snel terug.

Uiteindelijk zag de commissie in het uitgeven van een stuk grond van het natuurpark aan porknokkers de beste manier om het probleem van de aanwezigheid van de vernietigende illegale kleinschalige goudzoekers in het natuurgebied op te lossen. Dat curieuze voorstel heeft de commissie al in mei van dit jaar gedaan aan het ministerie van Ruimtelijke ordening Grond- en Bosbeheer (RGB), waaronder Stinasu valt. De overheid wil 1.000 hectare grond in dat natuurpark toegewezen krijgen voor goudzoekers om legaal naar goud te mogen mijnen. Aan het zuidelijke deel van het natuurgebied zou ter compensatie een stuk gebied ter grootte van 4.000 hectare worden toegevoegd, als goedmakertje. Maar, op 15 november dit jaar liet de nieuwe directeur van Stinasu, Lucien Tholen, weten geen hectare grond te willen afstaan aan goudzoekers. 'Als we dat gaan doen, gaan we dweilen met de kraan open, want al worden er grenzen vastgesteld de goudzoekers zullen toch over de grenzen gaan', aldus Tholen. Het lijkt er nu dan ook op, dat het zoveelste plan van Dompig de grond in dreigt te worden geboord. Opmerkelijk genoeg wordt dat absurde plan wel gesteund door het WWF Guianas. Woordvoerster Karin Spong ziet het zelfs als een duurzame en realistische oplossing en zei 17 mei van dit jaar in de Ware Tijd: 'Vooral, omdat die ruim 1.000 hectare toch al helemaal vernietigd is door goudzoekersactiviteiten. En het feit dat er in het zuiden van het park 4.000 hectare bij komt, is positief.'

Dus, omdat een groot aantal hectares en dus een unieke biodiversiteit toch al kapot is gemaakt door de illegale porknokkers, zouden ze, als het aan de Commissie Ordening Goudsector ligt, elders in het gebied een nieuw stuk grond hebben gekregen om vervolgens dat ook weer te vernietigen en dat zou in de ogen van het WWF een 'duurzame' oplossing zijn. Kennelijk zien zowel de overheid als het WWF niet, dat met deze 'oplossing' een probleem wordt verschoven naar de toekomst en ook nog eens letterlijk naar een ander deel van het natuurpark en dat dit natuurlijk dweilen met de kraan wagenwijd open is.
  
Commissie in aanvaring met president

Dat de commissie kennelijk slecht communiceert met de kleinschalige goudzoekers werd 17 december 2014 pijnlijk duidelijk, toen bekend werd dat president Desi Bouterse een actie van de commissie heeft uitgesteld en mogelijk zelfs geheel niet door wilde laten gaan. De commissie had aangekondigd om tezamen met politie en het Nationaal Leger de wegen naar de Roma-goudput, in het concessiegebied van de Canadese goudmijnmultinational IAmGold, af te sluiten. Met die actie wilde de commissie de in het gebied actieve illegale goudzoekers, uit vooral Nieuw Koffiekamp, afsluiten van de aanvoer van bijvoorbeeld materialen, waardoor hun het mijnen feitelijk onmogelijk zou worden gemaakt. Maar, Bouterse heeft gesproken met een vertegenwoordiging van de vereniging Makamboa, de organisatie van kleinschalige goudzoekers in Nieuw Koffiekamp, en naar aanleiding van dat gesprek besloten de afsluiting van de wegen vooralsnog uit te stellen. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden, dat Bouterse kennelijk meer oog en oor heeft voor de problemen van de goudzoekers dan de heer Dompig van de Commissie Ordening Goudsector. Er zijn dus scheurtjes zichtbaar geworden in de relatie tussen de president en zijn eigen presidentiële commissie

Dweilen met de kraan open
Dweilen met de kraan open, dat is feitelijk wat de Commissie Ordening Goudsector de afgelopen vier jaren vooral heeft gedaan. Een aaneengeschakelde exercitie van mislukkingen, loze beloften, een goudconferentie, een goudbeurs, mooie bestickerde 4-wheel drives voor het eigen personeel om het binnenland te doorkruisen, de ene na de andere helikoptervlucht, de laatste maanden een paar promovideo's met als titel 'Goudkoorts onder gezag' (waar absoluut na vier jaren nog steeds geen sprake is) laten samenstellen over de werkzaamheden, een milieuvriendelijke operationele goudwinningsmachine en vele weggegooide Surinaamse dollars. Het rendement laat zich nauwelijks zien en verantwoording afleggen door de leiding van de commissie (lees: Gerold Dompig) blijft vooralsnog achterwege. Dompig lijkt verantwoording afleggen uit de weg te gaan.

(Bron foto: de Ware Tijd)
Dompig wil alleen vragen beantwoorden op zijn voorwaarden
Ook deed hij moeilijk om een zevental vragen van de redactie van De Surinaamse Krant te beantwoorden over voornoemde aangehaalde zaken. Bij herhaling werd hem vriendelijk verzocht onderstaande vragen te beantwoorden. Slechts een reactie kwam 26 november binnen van de commissie bij monde van Raisa R. van het secretariaat van het Managementteam en die luidt:

'Meneer Dompig wenst te weten welke burgers u wenst te informeren verwijzend naar de laatste alinea van uw brief. Hebt u het over de burgers in Nederland?
Deze vraag vanwege het feit dat de burgers in Suriname uitgebreid geïnformeerd zijn van onze werkzaamheden via televisieprogramma's in Suriname.'

De redactie van De Surinaamse Krant had in haar brief c.q. e-mail aan de commissie deze, laatste, zin opgenomen:
'Wij hopen dat u de zeven vragen spoedig wilt beantwoorden om de burgers zo volledig mogelijk te informeren over de actuele stand van zaken in de kleinschalige goudwinning en over het werk van uw commissie.'

De e-mail met vragen aan de heer Dompig van 23 november 2014:



Uiteindelijk bereikte de redactie dit bericht van de commissie op vrijdag 5 december:

'Dhr. Dompig heeft aandachtig uw email berichten gelezen en heeft besloten niet op uw verzoek in te gaan om schriftelijk te antwoorden op uw 7 vragen. Uw krijgt echter wel de mogelijkheid om uw vragen telefonisch beantwoord te krijgen onder voorwaarde dat dit gesprek door ons wordt opgenomen.'

Kennelijk moet alles gebeuren op een wijze zoals de heer Dompig het wil. Ook laat hij via zijn secretariaat in de e-mail weten, dat het telefonisch gesprek alleen op een bepaalde dag en op een bepaald uur kan plaatsvinden. De redactie heeft de heer Dompig laten weten niet akkoord te kunnen gaan met zijn voorstel en dat zij graag ziet dat hij de antwoorden via email beantwoord, hetgeen alsdan aan duidelijkheid niets te wensen kan overlaten na publicatie. 'Aan de inhoud van een geschreven beantwoording valt niet te tornen en de verzender slaat altijd zijn of haar verzonden e-mail op. Telefonische interviews, of die nu wel of niet en door wie of wat dan ook worden geregistreerd ofwel opgenomen, zijn vatbaar voor verkeerde weergaven van het gesprokene vooral op een telefoonverbinding tussen Nederland en Suriname die niet altijd optimaal is.'

Het is de redactie volstrekt onduidelijk waarom de heer Dompig weigert om de vragen via e-mail te beantwoorden.

Dat de commissie de burgers in Suriname uitgebreid informeert over haar werkzaamheden via televisieprogramma's, is natuurlijk onzin. Immers, die beelden zijn niets meer en niets minder dan promovideo's waarin Dompig door een presentatrice wordt geïnterviewd die geen enkele kritische vraag stelt over de werkzaamheden van de Commissie Ordening Goudsector.


Dompig krijgt juist in die programma's de mogelijkheid een positief beeld te schetsen, maar dat is een onvolledig en deels onjuist beeld.

Met het weigeren om vragen via email te beantwoorden toont voor de zoveelste keer de wijze waarop Dompig en zijn commissie naar het publiek toe werken. Dompig, als de woordvoerder en de spreekbuis van de commissie, vertoont arrogant, hautain gedrag en lijkt alleen zichzelf serieus te nemen.

donderdag 18 december 2014

VS wil Suriname ondersteunen bij pogingen kwik uit te bannen van goudvelden

Amerika ziet graag dat Suriname internationaal anti-kwik Minamata Verdrag tekent


De Amerikaanse ambassade belegde gisteren een persconferentie met en voor vertegenwoordigers van verschillende Surinaamse organisaties die zich bezighouden met het uitbannen van het gebruik van kwik. Dr. Jane Dennison van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en een expert op het gebied van het gebruik van kwik bij groot- en kleinschalige delving van goud gerelateerd aan het VN Minamata Verdrag, stond het aanwezige journaille te woord om aan te geven wat haar missie in Suriname precies inhoudt. Dat bericht het Dagblad Suriname vandaag, donderdag 18 december 2014.

Het Minimata Verdrag buigt zich over erkenning van de wezenlijke lessen van de Minamataziekte  en de noodzaak om een goed beheer van kwik te waarborgen en om dergelijke gebeurtenissen in de toekomst te voorkomen.

De Minamataziekte is een neurologisch syndroom dat veroorzaakt wordt door een zware kwikvergiftiging. De symptomen zijn ataxia (gevoelloosheid in handen en voeten), spierverzwakking, vernauwing van het gezichtsveld en aantasting van het gehoor en het spraakvermogen. In extreme gevallen veroorzaakt het krankzinnigheid, verlamming, coma of de dood. Bij zwangere vrouwen heeft het ook invloed op de foetus.

De ziekte is genoemd naar de Japanse vissersplaats Minamata waar deze in 1956 voor het eerst gezien werd. Inwoners kregen in grote aantallen de bovenstaande symptomen. In de jaren daarna bleek dat de oorzaak gelegen was in het eten van lokaal gevangen vis en schelpdieren: hierin had zich jarenlang methylkwik opgehoopt dat was geloosd door een nabijgelegen fabriek

Het verdrag is het eerste verdrag dat specifiek kwik als zwaar metaal zal aanpakken. Het doel van dit verdrag is het beschermen van de menselijke gezondheid en het milieu tegen antropogene emissies en lozingen van kwik en kwikverbindingen. De bepalingen van het verdrag richten zich op het verbod op het mijnen met en van kwik, na toetreding tot het verdrag. Elke partij die kwik gebruikt in de goudmijnbouw dient vóór de datum van toetreding voor een periode van maximaal 15 jaar het gebruik van kwik bij het mijnen uitgebannen te hebben.

Het Minimata-verdrag is nog niet in werking getreden vanwege het ontbreken van de vereiste 50 ratificaties. Het verdrag is door slechts negen landen geratificeerd en door 128 landen getekend. Suriname is nog geen partij bij het verdrag. De bedoeling de missie van Dennison is om in feite Suriname te ondersteunen om richting het tekenen van het verdrag te gaan.

Dennison gaf aan dat zij met haar technische medewerkers naar Suriname is gekomen om een overzicht te verkrijgen van de Surinaamse situatie. Dennison gaf aan, dat de situatie van land tot land verschilt. Haar bevinding tot nu toe is, dat Suriname op het juiste spoor is met betrekking tot het gebruik van kwik.

Zij is van oordeel, dat Suriname door het tekenen van het Minimata Verdrag een heel goed voorbeeld zou kunnen zijn voor andere landen die het ook nog niet hebben gegaan. Dennison vertrekt morgen al weer uit Suriname, maar zegt dat haar technische medewerkers wel terugkomen om het werk voort te zetten.

In de eerste week van november bezocht ze met hetzelfde doel nog Mongolië

De tekst van het Minamata Verdrag:



(Red. De Surinaamse Krant/Dagblad Suriname)

woensdag 17 december 2014

Mineração na Colômbia: riscos, ilegalidade e pobreza

Mineração na Colômbia: riscos, ilegalidade e pobreza


Orillas
A mineração ilegal, que representa 60% da produção da Colômbia, já causou a morte de mais de 216 pessoas entre 2008 e 2011

16-12-2014  Por Critstina Fontenele, Brasil de Fato


A mineração ilegal, que representa 60% da produção da Colômbia (em Bogotá, a maioria dos canteiros é ilegal), já causou a morte de mais de 216 pessoas (2008-2011). Só em 2014, morreram mais de 80 mineiros, incluindo a tragédia mais recente, em 30 de outubro deste ano, na mina da cidade de Amagá, Estado de Antioquia, a 240 quilômetros de Bogotá, quando 12 homens ficaram presos após a inundação de uma área de exploração.

São irregularidades graves e condições preocupantes de saúde e de trabalho, como emprego de mão de obra infantil (200 mil crianças em 2003); falta de equipes e de programas de segurança industrial; ausência de ventilação nas carvoarias; proliferação de doenças e acidentes de trabalho; ausência de engenheiros ou geólogos para dirigirem a saúde ocupacional nas minas; situação de contrabando e escravidão; crescente evasão fiscal; e sérios danos ambientais, principalmente pelo ouro e mercúrio.

O setor em números
De acordo com o Plano Nacional do Desenvolvimento (2010–2014), na Colômbia, existem mais de 14 mil unidades de produção mineradora. Durante a última década, o setor teve um crescimento médio anual de 4,5% (2,3% em 2012), com uma participação no PIB [Produto Interno Bruto] em torno de 6,7%. As exportações de minerais somaram US$ 12,8 milhões em 2012, representando 21,3% das exportações nacionais.

De acordo com dados do Setor da Mineração em Grande Escala (SMGE), a Colômbia é o primeiro produtor mundial de esmeraldas, o primeiro em produção de carbono na América Latina (e o nono no mundo) e o nono produtor mundial de níquel.

No país, são mais de 9 mil títulos inscritos no Registro Minerador Nacional, sendo alguns situados em parques nacionais e reservas indígenas. Um total de 19 mil solicitações está em curso, das quais 90% são rejeitadas pela Agência Nacional de Mineração (ANM).

A produção dos produtos da mineração concentra-se em sete dos 33 departamentos do país. O petróleo em Casanare, o carvão nos departamentos de Cesar e La Guajira, o ouro em Antioquia e Chocó, e o ferro-níquel em Córdoba.

Mineração e organizações criminosas
A mineração ilegal é suspeita de ser um veículo de lavagem de dinheiro para organizações criminosas na Colômbia. Estima-se que dos US$ 36 bilhões do dinheiro ilegal que circula no país, US$ 10 bilhões sejam oriundos da mineração ilegal. As Forças Armadas Revolucionárias da Colômbia (Farc), o Exército de Liberação Nacional (ELN), grupos paramilitares e grupos criminosos emergentes (Bacrim) usariam também a exploração ilegal de ouro e carvão para financiarem suas atividades.

Segundo um estudo da extinta Direção Administrativa de Segurança (DAS), as Farc seriam responsáveis por extorquirem departamentos como Bolívar, Caquetá, Casanare, Cauca, Guanía, Putumayo e Tolima; já o ELN exploraria mineiros nos departamento de Bolívar, Nariño e Santander; enquanto o grupo paramilitar Bacrim atuaria nos departamentos de Antioquia, Córdoba, La Guajira e Valle del Cauca.

São comuns também extorsões, sequestros de trabalhadores, ataques às estruturas das companhias extrativistas, além de novas formas mais sofisticadas de pressão, como alianças das companhias com grupos criminosos em troca de proteção, as chamadas "campanhas de limpeza social”.

Apesar das altas cifras movimentadas pelo setor de mineração, a pobreza é uma situação contrastante nas regiões onde se pratica a mineração. O que se conclui que a geração de riquezas não é condição suficiente para garantir o desenvolvimento regional integral. É necessário que sejam geradas oportunidades adequadas para a população local superar a condição de pobreza.

De acordo com o relatório Mineração na Colômbia: Institucionalidade e território, paradoxos e conflitos, produzido pelo economista Luis Jorge Garay e apoiado pela Controladoria Geral da República, para avançar numa nova visão sobre a mineração na Colômbia, são imprescindíveis medidas, como O Estado recuperar a governança do setor minerador; um novo acordo social entre sociedade e governo, que deve ouvir as diferentes posições de políticas para o segmento; um modelo de mineração mais inclusivo; uma política extrativista com visão integral, analisando, além dos impactos ambientais, sociais e econômicos, também os impactos éticos e culturais.

Com informações de Las 2 Orillas.

Afsluiting wegen naar Roma-goudput onzeker geworden - Aanvaring president Bouterse met zijn eigen commissie

President Bouterse zou afsluiting voorlopig niet door willen laten gaan

Makamboa heeft met president gesproken over problemen rond porknokkers en Roma


Of alle wegen die naar de Roma-goudput van het Canadese goudmijnbedrijf IAmGold leiden binnenkort worden afgesloten, is nog onduidelijk. Door die maatregel kan er geen voedsel en brandstof vervoerd worden naar het gebied waar goudzoekers van Nieuw Koffiekamp illegaal werken op de concessie van IAmGold/Rosebel Gold Mines NV. 

Jurger Plein, secretaris van Makamboa, de organisatie waarin de goudzoekers zich hebben verenigd, zegt vandaag, woensdag 17 december 2014, dat zij onlangs een kort gesprek heeft gehad met president Desi Bouterse. Omdat het staatshoofd niet te lang kon blijven, heeft hij de goudzoekers gezegd dat er binnenkort een gesprek met hen volgt.

Volgens Plein heeft de president gezegd, dat hij Melvin Linscheer, directeur van het Bureau Nationale Veiligheid en lid van de Commissie Ordening Goudsector, zal vragen om de geplande actie tegen de goudzoekers  voorlopig stop te zetten. Een speciale eenheid, bestaande uit manschappen van de politie,  het Nationaal Leger en de Commissie Ordening Goudsector Suriname zou de wegen afsluiten.

Gerold Dompig van de commissie beweert echter geen opdracht te hebben gekregen van hogerhand. 'We gaan door met onze voorbereidingen, want ik krijg mijn opdracht rechtstreeks  van het Kabinet van de President.'

Rosebel, Makamboa en president Bouterse kwamen op 7 februari dit jaar overeen dat de lokale bevolking nog drie maanden naar goud mocht mijnen in de concessie van IAmGold/Rosebel. Die termijn werd steeds, verlengd omdat de weg naar het gebied, dat aan de illegale goudzoekers is toegewezen, niet af was. Ook moest er onderzoek verricht worden naar goudvoorkomens in het gebied.

De  Geologisch Mijnbouwkundige Dienst heeft volgens Dompig al kunnen vaststellen dat er goud  is in het gebied. Ook is de weg al voltooid. Deze zaken worden steeds weersproken door Makamboa en die wil daarom langer in de Roma-goudput blijven.

zaterdag 6 december 2014

SEMiF steunt 'strijd' tegen gebruik kwik

Stichting richt zich op ondersteunen milieuvriendelijk winnen natuurlijke hulpbronnen


De Suriname Environmental and Mining Foundation (SEMiF) heeft zo'n 130.000 Amerikaanse dollar beschikbaar gesteld voor twee projecten voor bewustwording van de bevolking over het gebruik en de gevolgen van kwik. De SEMiF is vandaag, zaterdag 6 december 2014, een samenwerking aangegaan met de Stichting voor Ontwikkeling Radio & TV in Suriname (SORTS) en The Back Lot. In dat kader vond ook de ondertekening plaats van twee projectplannen, aldus bericht de Ware Tijd Online.

Voorzitter Nalini Nandlal van SEMiF zei, dat voor het project van SORTS 78.000 Amerikaanse dollar beschikbaar is gesteld. Het betreft een bewustwordingsprogramma over en voor kleine goudzoekers in de binnenlandse gemeenschappen met betrekking tot professioneel en milieuvriendelijk goudwinnen. Dit project duurt acht maanden.

'SORTS beoogt met het project onder andere bewustwording op het gebied van milieu, educatie, gezondheid en goudwinningstechnieken bij onder andere goudzoekers en de schooljeugd te vergroten.'

SEMiF dekt als hoofddonor met 50.000 Amerikaanse dollar ook nog een deel van de financiering van de NO KWIK campagne.

De NO KWIK campagne werd op 2 december gelanceerd. 'Het betreft mobilisatie van de bevolking voor een kwikveilig Suriname.' De duur van het project is gesteld op tien maanden.

De bronnen van SEMiF vloeien voort uit donaties gedaan door Rosebel Gold Mines. SEMiF houdt zich bezig met het promoten, ondersteunen en bevorderen van milieuvriendelijk en verantwoordelijk ontwikkelen van natuurlijke hulpbronnen in Suriname.

Noot:
Eindelijk begint Suriname wakker te worden en worden publiciteitscampagnes georganiseerd om te wijzen op de risico's van het gebruik van kwik in de kleinschalige goudwinning. Het werd tijd. Overigens is de informatie op de website van No Kwik over kwik nog te summier. Mij bekruipt ook het gevoel dat veel 'bekende' Surinamers de No Kwik-campagne steunen ter eigen glorie. Waarschijnlijk weten negen van de tien van deze Surinamers nauwelijks wat kwik is, laat staan wat de risico's ervan zijn. Neemt niet weg, dat het goed is dat er eindelijk eens bewustwordingscampagnes worden gestart.
Wat doen de campagnes tegen het gebruik van kwik in de kleinschalige goudwinning tegen het gevoerde regeringsbeleid? De regering gedoogd immers nog steeds het gebruik van kwik en ook de aanwezigheid van goudpontons, die kwik gebruiken, in rivieren en op het stuwmeer? Bewustwordingscampagnes zijn prima, en die werden ook tijd, maar effectieve actie gericht tegen het regeringsbeleid zou parallel gevoerd moeten worden, wil je echt iets als organisatie bereiken. Nu lijkt het vooral erop dat veel mensen deelnemen aan de No Kwik-campagne ter eigen glorie en eer.

Commissie Ordening Goudsector laat toegangswegen tot Roma-goudput IAmGold afsluiten

Geen verwijdering porknokkers, maar afsluiting toegangswegen


Suriname zal niet langer illegale goudzoekers tolereren in de Roma-goudput, die zich bevindt in de concessie van IAmGold/Rosebel Gold Mines. Een speciale eenheid van politie, Nationaal Leger en de Commissie Ordening Goudsector gaat alle wegen naar Roma afsluiten. Hierdoor kunnen goudzoekers geen voeding en brandstof meer naar het gebied vervoeren, aldus de Ware Tijd vandaag, zaterdag 6 december 2014.

'We zullen de zaken dichtknijpen totdat er geen lucht meer in kan. We kunnen niet telkens het verblijf van goudzoekers in de Romapit verlengen', zegt Gerold Dompig, voorzitter van het Managamentteam van de commissie, die al enkele eerdere pogingen heeft gedaan de illegale zoekers te verwijderen.

Door voor deze manier te kiezen hoopt de overheid een directe confrontatie met de goudzoekers en daarmee escalatie te voorkomen.

De goudzoekers moeten uit de Roma-goudput verdwijnen, omdat IAmGold daar zelf goud wil winnen. Als dat niet kan, zal Rosebel Gold Mines genoodzaakt zijn om vijfhonderd man te ontslaan, zo liet Rosebel eerder aan de overheid weten en daarmee de druk opvoerend op de overheid om actie te ondernemen.

Dompig beweert, dat de goudzoekers een andere werklocatie hebben toegewezen gekregen. De weg daar naar toe is af is en er zijn kokers geplaatst in de Mindrinetikreek voor een oeververbinding. Ook heeft de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst volgens Dompig al kunnen vaststellen dat er goud is in het aan de goudzoekers toegewezen terrein.

Noot:
Hoe denkt de commissie dit te kunnen organiseren? Er zullen dag en nacht agenten en militairen de toegangswegen moeten controleren, anders zijn de porknokkers gewoon binnen de kortste keren weer aan het werk in de Roma-goudput van IAmGold. En, nu plotseling weet de GMD wel dat er goud in de grond zit in het aan de goudzoekers nieuwe toegewezen werkgebied??? Dompig stelde altijd nooit vooraf te kunnen weten of ergens goud in de grond zit. Daar kom je pas achter als je gaat graven, zo zei hij steeds...... (Op 20 december op deze website een groot artikel over vier jaren Commissie Ordening Goudsector, over het feitelijk failliet van de commissie, met wel of geen antwoorden op door de redactie aan Dompig gestelde vragen inzake een aantal heikele issues in de kleinschalige goudwinning......)

donderdag 4 december 2014

Nog steeds minstens 9 skalians actief op stuwmeer en in rivieren......

Een skalian op het stuwmeer. (Bron foto: archief, Ronny Asabina)
Gajadien (VHP): 'Skalians behoren toe aan personen dichtbij president Bouterse'


Diverse goudpontons ofwel skalians verrichten nog steeds mijnbouwactiviteiten in rivieren en op het stuwmeer. Het VHP-Assembleelid Asiskumar Gajadien zegt vandaag, 4 december 2014, in het Dagblad Suriname dat ondanks belofte van de regering om illegale activiteiten van deze vaartuigen tegen te gaan, op dit moment ongeveer negen skalians met illegale goudwinningsactiviteiten op het stuwmeer bezig zijn. Dit aantal zou echter ook veel hoger kunnen zijn, omdat deze drijvende goudfabrieken ook op andere rivieren te zien zijn. 

Volgens de parlementariër zouden de pontons toebehoren aan personen die dichtbij de contreien van president Desi Bouterse zitten.

Goudpontons zijn aan regels en wetgeving gehouden en een van die wetten is dat er geen goud mag worden gewonnen in open wateren in Suriname en dus ook niet in rivieren. Volgens Gajadien kan dit niets anders betekenen, dan dat het staatshoofd ook zijn medewerking heeft verleend door de illegale activiteiten voortgang te laten vinden. De skalians verdienen volgens Gajadien miljoenen uit de illegale goudsector.

De Commissie Ordening Goudsector deugt volgens hem ook niet, omdat zij uit is op eigen gewin. Daartegenover worden ook steeds concessies uitgedeeld aan partijgenoten en politieke vrienden, waardoor de sector verder aan het verzieken is.

Assembleeleden uit het binnenland hebben steeds gehamerd op het gedoogbeleid van de regering om goudpontons op rivieren en het stuwmeer te laten. Volgens Gerold Dompig, voorzitter van het managementteam van de Commissie Ordening Goudsector, is die aanwezigheid van de drijvende goudfabrieken te wijten aan de belangen, die delen van dorpen hierbij hebben. De mensen innen geld van eigenaren van goudpontons en zijn hiervan afhankelijk om in hun levensonderhoud te voorzien.

Dompig heeft steeds ontkend, dat de commissie voor eigen voordeel de skalians hun gang laat gaan. Het staatshoofd gaf in 2012 in De Nationale Assemblee (DNA) aan, dat verhalen over betrokkenheid van kopstukken van de commissie zijn ontstaan, omdat de eigenaar van de ponton het eiland waar deze geassembleerd werd en infrastructuur ter beschikking stelde. De commissie maakte gebruik van het centraal gelegen eiland voor de ordening van de sector. Dit is gebeurd met medeweten van de plaatselijke bevolking en het traditioneel gezag.

‘Hiermee wordt de goudsector echter niet geordend, maar een illegaal deel ervan toegestaan onder toeziend oog van de commissie en dus van de regering’, stelt Gajadien. De Commissie Ordening Goudsector is volgens hem in het leven geroepen om de goudsector te ordenen en niet om de illegaliteit te reguleren.Als gevolg van deze goudwinning in open wateren wordt ook zand en grind opgehoopt, waardoor vaargeulen dichtgaan.

De Belastingdienst had eerder dit jaar in totaal miljoenen geclaimd van eigenaren van de zogeheten skalians. De dienst had een jaar of twee geleden informatie van de Commissie Ordening Goudsector verkregen dat er skalians actief waren op de Marowijnerivier, waarbij registratiegegevens werden doorgespeeld. Er werden toen bij zeventien skalians aanslagen opgelegd en exercities gepleegd, wat de minimale goudproductie is en wat de skalians gemiddeld verdienen. De skalianhouders zouden vaak zijn uitgenodigd voor een betalingsregeling, maar de reactie was zeer teleurstellend. De Belastingdienst vond dat het meer dan hoogtijd was om van zijn prerogatief recht gebruik te maken en dwangmaatregelen toe te passen en over te gaan tot actie.

Achteraf werden juridische stappen ondernomen, waarbij de regering bakzeil bij de rechter haalde. Bardacon Ernesto, de eigenaar van de zogenaamde skalians die in april door de Dienst der Directe Belastingen in beslag werden genomen, won een rechtszaak. De Kantonrechter verbood hierbij de gedaagden om tot openbare verkoop over te gaan van de in beslag genomen goederen, die aanvankelijk voor maandag 5 mei 2014 voor openbare verkoop gepland was. De gedaagden mogen niet overgaan tot executie totdat de Raad van Beroep, ingesteld bij artikel 59 Wet Inkomstenbelasting, al heeft beslist op de door Bardacon ingestelde beroepen