woensdag 29 oktober 2014

‘Zero Mercury’ Group: Governments Must Do More to Curb Supply and Trade

‘Zero Mercury’ Group: Governments Must Do More to Curb Supply and Trade; Gives governments ‘C-’ grade since mercury treaty approved PDF Print
EEB LOGO FINAL  zeromercury WG logo



‘Zero Mercury’ Group:  Governments Must Do More to Curb Supply and Trade; Gives governments ‘C-’ grade since mercury treaty approved

[Brussels, 29 October 2014] Governments around the world are not doing enough to reduce the global supply and trade of mercury, according to a new report released today by the Zero Mercury Working Group (‘Zero Mercury.’).  But they are showing progress in other areas such as developing plans to reduce mercury use in small scale gold mining and phasing out mercury-based chlorine plants.

The 95-member international coalition of public interest, environmental and health groups graded governments based on an initial assessment of global mercury reduction activities to promote rapid implementation of the Minamata Convention on Mercury adopted a year ago.

There are worrying trends in mercury trade and production,” said Margherita Tolotto of the European Environmental Bureau. “We call on governments to do a better job of curtailing mercury flows to promote global mercury use and release reductions, and better protect public health.” added Michael Bender, Zero Mercury Co-Coordinator.

Mercury, a neurotoxin, can cause brain and nervous system damage, and is a particular hazard for the developing fetus and small children.

The countries were graded based on an “Action Challenge” issued by Zero Mercury when the treaty was adopted in October 2013. Grades were based on both government actions and any significant global trends or global activities.

The report graded progress in reducing mercury in the following areas:

* Mercury Supply and Trade:Global Grade C-.

* Mercury Products Phase Out: Global Grade C.

* Mercury Cell Chlor Alkali Phase Out: Global Grade B-.

* Artisanal and Small Scale Gold Mining National Action Plans: Global Grade B.

* Mercury Emissions Standards and Controls: Global Grade C+.

While the report praised the good progress made in the development and implementation of Nation Action Plans to address small-scale gold mining, achieving mercury use and emissions reductions for this sector will require better performance on supply and trade.

Recently, there have been disturbing international developments pointing to increased mercury production at a time when production should start declining,” said David Lennett, Senior Attorney for the Natural Resources Defense Council.  “Also, much of the mercury trade is for small-scale gold mining, a highly polluting activity.  This reinforces the critical importance for more nations to take decisive actions to reduce production and/or ban mercury exports.

The report notes that developments on supply and trade also have important implications for the Mercury Intergovernmental Negotiation Committee (INC) meeting in Bangkok (3-7 November).  

These developments highlight the need for the INC to provide for timely information on mercury production and trade,” said Richard Gutierrez, Executive Director of Ban Toxics.  “At the upcoming Convention meeting, governments should develop reporting requirements for mercury production and trade so the Convention can quickly address issues as they arise.

Zero Mercury also urges governments to request that the Minamata Convention Interim Secretariat provide an update on global mercury supply, demand and trade report in advance of the next Convention meeting, INC 7, to be held in late 2015 or early 2016.

ENDS

For more information:
The ZMWG Action Challenge, September 2013
ZMWG Action Challenge Interim Report
www.eeb.org
www.zeromercury.org

Contact: Margherita Tolotto, Project Support Officer, Zero Mercury Campaign,  margherita.tolotto@eeb.org
Michael Bender, ZMWG Co-Coordinator, +802-917-4579; mercurypolicy@aol.com
Press release URL: http://bit.ly/1wFvkVg

Uit Meriangebied verwijderde Paramaccaner goudzoekers nog zonder nieuw werkgebied

Een oude porknokkers goudwinningslocatie in Meriangebied.
Commissie Ordening Goudsector zou nieuwe werklocatie aanwijzen

'We verkopen één voor één onze machines om schulden te betalen'


Goudzoekers van de stam der Paramaccaners zitten nog steeds zonder werk. De regering is beloftes om een nieuw goudwinningsgebied voor de goudzoekers aan te wijzen, nog niet nagekomen. Er wordt nog gewacht, hoewel sommigen al failliet zijn, aldus de Ware Tijd vandaag, woensdag 29 oktober 2014.

Geld dat geleend is voor het delven in het Meriangebied kan niet terug worden betaald. Het gebied waar multinational Surgold/Newmont grootschalig goud gaat winnen, moest worden verlaten. Dat is al ruim een half jaar geleden.

'De situatie is dat geen van ons die daar werkten nu nog brood heeft. We verkopen één voor één onze machines om schulden te betalen', zegt woordvoerder Hendrik Babel. Het beloofde alternatief blijft intussen uit.

De commissie Ordening Goudsector Suriname zou het allemaal regelen. Volgens de commissie is alles in orde, maar de Paramaccaners ervaren dat toch wat anders. 'Steeds weer wordt ons door commissie voorgehouden dat er een gebied is. Maar, tot nu toe heeft niemand ons gebracht om aan te wijzen dat dit het gebied is', aldus Babel.

Merian ligt in het leefgebied van de Paramaccaners, één van de kleinere marronstammen in Suriname.

maandag 27 oktober 2014

Suriname pakt illegale goudwinning met fluwelen handschoentjes aan

Buurland Frans Guyana treedt streng op

Kampen illegale goudzoekers worden verbrand en materieel in beslag genomen


Suriname stelt zich veel te mild op als het aankomt op de aanpak van illegale goudwinning. Volgens Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector, kan dit op den duur fout uitpakken. 

In buurland Frans Guyana gebeurt veel meer en sneller. Onlangs nog zijn kampen van illegale goudzoekers, vooral Brazilianen, vernietigd. Werktuig en vuurwapens werden in beslag genomen.

'Wij mogen wat harder eraan gaan trekken', zegt Dompig vandaag, maandag 27 oktober 2014, in de Ware Tijd. Suriname loopt immers grote kans dat de illegaliteit komt overwaaien. Waarschijnlijk gebeurt het al. Voor illegalen is het immers eenvoudig om illegaal de uitgestrekte grens over te steken.

Als het het te heet onder de voeten wordt is Suriname een voor de hand liggend alternatief. 'Als de buurman zijn erf schoonmaakt en wij niet, dan gaan de slangen bij ons komen', aldus Dompig.

Aan de andere kant zijn de Fransen veel alerter. Onlangs werd een Surinaams goudponton in beslag genomen. De zogenoemde skalian krabt erts van rivierbodems. De schuit koos op gegeven moment de Franse kant van de Marowijnerivier, maar ligt er nu aan de ketting.

Het is een feit dat in Suriname laks tegen illegale goudzoekers wordt opgetreden. Nog afgezien van het feit dat zij illegaal, en dus strafbaar, aan het werk zijn, gebruiken ze ook nog eens het giftige kwik, waarmee zij kreken, rivieren en het stuwmeer sterk verontreinigen met alle risico's van dien. Immers, inheemsen en marrons in het achterland maken gebruik van het water uit die kreken en rivieren om zich te baden, de was te doen en om te drinken. Diverse internationale onderzoeken hebben de afgelopen jaren aangetoond, dat onder diverse inheemsen en marrons in het achterland een te hoog kwikgehalte in het lichaam aanwezig is.

Het gebruik van kwik is strafbaar. Er is een importverbod. Alleen voor medische doeleinden kan de stof worden geïmporteerd. Het kwik in de goudvelden is het land in gesmokkeld. De overheid kent de risico's van het gebruik van kwik door goudzoekers en weet dat er een importverbod is. Toch wordt er niet tegen opgetreden. De overheid kijkt toe hoe delen van het achterland worden vergiftigd en treedt niet afdoende op/

Voor zover bekend is nog nooit een goudzoeker beboet voor het gebruik van kwik. Ook zijn nooit bijvoorbeeld teams van het Korps Politie Suriname en het Nationaal Leger onaangekondigd op bezoek geweest in goudvelden om kwik in beslag te nemen en eigenaren en gebruikers op de bon te slingeren.

(Red. De Surinaamse Krant/de Ware Tijd)

vrijdag 24 oktober 2014

NICARAGUA: Nadie controla el uso de mercurio en la minería artesanal

NICARAGUA: Nadie controla el uso de mercurio en la minería artesanal 

24-10-2014    hablemosdemineria.com

emiliosozaestaprendiendoapanear.fotodegilbertoartolaend.

Nicaragua: El mercurio que nos rodea

Peligro. En Nicaragua no existe un plan de manejo de los desechos que contienen mercurio. Las baterías, termómetros y bujías que funcionan gracias a este metal terminan en los basureros como cualquier otro artículo.

Hace trece años que Mario Reyes se hizo güirisero. Cada día entra a una gran posa y descamisado mueve el plato de aluminio en el que está escondido el oro, metal que se logra identificar con ayuda del mercurio. Su tarea la realizan pocos. Entre los güiriseros, él es unpaneador.

Siendo niño se incorporó a las minas del Cerro Potosí, ubicada en su natal Siuna, en el Triángulo Minero, Caribe Norte, donde se concentran unos 23 colectivos de trabajo de güirisería. Todos usan el mercurio para realizar su labor, por la que se pueden ganar a la semana unos C$2,000, vendiendo hasta un penique y medio del preciado metal.

Reyes sabe que manipular el mercurio de esa forma podría dejarle graves secuelas, pero no conoce otra manera de hacer su trabajo ni siente que hasta la fecha tenga alguna afectación a causa de eso. “Aquí —en la posa— hacemos el proceso y en la tarde ya tenemos el resultado: un penique, tres cuartos de penique, medio penique o lo más, penique y medio”, cuenta.

“Panear”, la labor que hace este hombre de 23 años que tiene el cuerpo quemado por permanecer tanto tiempo bajo el sol, consiste en aplicar el mercurio para separar el oro, moviendo la pana. Muchos no pueden hacerlo bien y lo botan.

La broza de donde extrae el metal ya fue procesada por otro grupo de güiriseros que contrario a él y a su colectivo, producen oro en mayores cantidades, por lo que el agua en la que está, ya posee mercurio.

EL PROCESO
“El mercurio tiene la propiedad de atrapar el oro: tirás la gotita de mercurio en la arenita y selectivamente atrapará al oro. Una vez que los güiriseros van moviendo y atrapando, les queda una pelotita, como un balín. Eso lo llevan a la casa, donde liberan el mercurio. Lo ponen en un platito y lo calientan, volatizándolo. Lo que queda es solo el oro. En este último proceso está toda la familia inhalando el mercurio”, explica el químico Emilio Peña, jefe del Laboratorio Mercurio Ambiental del Centro de Investigación en Recursos Acuáticos, Cira-Unan.

Peña indica que el mercurio es uno de los metales más tóxicos y persistentes que se encuentra naturalmente. “Se cicla entre todos los compartimentos ambientales, condición que se ve agravada por las emisiones antropogénicas derivadas de las acciones industriales, la minería artesanal y  la disposición sin tratamiento de desechos que contienen mercurio, entre otros”, dice Peña.

Los güiriseros son de los grupos ocupacionales que están más expuestos al mercurialismo, que es la intoxicación crónica originada por el uso excesivo de mercurio, y que se da al respirar sus vapores o por exposición en procesos de minería o fundición.

DAÑOS A LARGO PLAZO
El médico Mario Jiménez, quien labora en el Cira y ha estudiado el mercurialismo en Nicaragua, explica que por lo general los síntomas se presentan a largo plazo “porque es cuando hay mayor contacto del mercurio con los órganos, produciendo más daño”.

La contaminación por mercurio afecta el sistema nervioso periférico, lo que puede manifestarse en un simple entumecimiento, dice el doctor Mario Jiménez. Asimismo, afecta el riñón y el sistema nervioso central.

Dhalin y Barmen Mendoza realizaron en 2006 un estudio sobre la contaminación por mercurio en el Río Sucio, en la  zona minera de Chontales. A través de mediciones hidroquímicas y geofísicas determinaron que el mercurio y el plomo encontrados en los manantiales revelan la existencia de un incremento en las fuentes de contaminación diseminadas en el área.

“Más de 100 años de uso de mercurio en la industria minera y la descarga de los desechos a los ríos ha afectado la calidad del agua y de los ecosistemas”, dice el estudio, que es citado por Emilio Peña en su tesis, en la que propone un Plan de Acción para el Manejo Ambientalmente Seguro del Mercurio en Nicaragua.

BATERÍAS Y BUJÍAS
El mercurio está en el ambiente en estado natural, pero “cuando vino el ser humano y tomó ese sulfuro de mercurio y lo transformó en sulfuro metálico, lo metió en los termómetros, en los dispositivos eléctricos” y en otros artículos y dispositivos, explica Peña.

Aún es utilizado en termómetros, medidores de presión arterial, baterías, interruptores eléctricos y lámparas fluorescentes. Peña sostiene que en los basureros hay muchos componentes que tienen mercurio.

“Ese mercurio que ya no está en su estado natural tiene una serie de propiedades y debido a que es el único metal líquido, si se quiebra un termómetro, el mercurio sale y se disgrega en miles de particulitas”, precisa.

En Nicaragua no existe un sistema de recolección para el buen manejo de los desechos que contienen mercurio. “En otros países está la responsabilidad extendida del productor, una vez que se desechó el artículo, la ferretería está en la obligación de tomarla y disponerla de una manera ambientalmente segura, eso se da en países como Uruguay”, agrega Peña.

David Narváez es presidente de la Red de Emprendedores Nicaragüenses del Reciclaje, Rednica, y llegó de nueve años al basurero La Chureca, de Managua.

CONTAMINACIÓN
Sus únicos dos hermanos murieron allí. Antes de morir a uno de ellos le diagnosticaron plomo en la sangre y el otro falleció al ser atropellado por un camión recolector.

“El problema —dice Narváez— es que el reciclador no tiene protección al ejercer esta labor. Todo lo que se manipula se hace sin mascarilla, sin nada. La batería de vehículo se recicla, pero antes te compraban solo el plomo, entonces teníamos que sacarlo y manipularlo. Con las lámparas es otro problema. Vas a encontrar en los basureros y fuera de las casas, en las bolsas de basura, los vidrios quebrados y contaminados. Directamente no tenemos una estadística de cuántas personas han muerto por contaminación por mercurio, pero sí estamos expuestos a todo”.

Según Narváez, hay desinformación y falta de educación, además de desinterés por las personas que trabajan en los vertederos. “Antes los hospitales te llegaban a botar todo, las jeringas, todo, te pinchabas los pies, te cortabas y se te pudría y ni sabías por qué”.

“La batería del radio, la lámpara, la batería de la computadora, todo eso va más escamoteado, pero la contaminación siempre está, vaya empacado o no. Muchos niños miran la lámpara y como saben que explota, juegan con ella, sin saber que están exponiéndose a la contaminación”, añade Narváez.

LAS AMALGAMAS
Basado en varios estudios, Emilio Peña explica que otra forma de exposición al mercurio son las amalgamas. “Los odontólogos tomaban su amalgama, la mezclaba por trituración con los metales y el exceso de mercurio, que es menor del 5%, era removido con un trapito como colador, apretándolo. Lo que salía era el mercurio que no se amalgamó”.

El dentista Douglas Contreras, presidente de la Asociación de Odontólogos de Nicaragua, explica que en la actualidad la amalgama es el material restaurador que más se usa en odontología en Nicaragua y en muchos países del mundo.

“Tiene varias ventajas, la principal es la durabilidad durante el tiempo. Una amalgama puede durar 20 años”, dice Contreras. Con la evolución del material odontológico han aparecido nuevos materiales, entre ellos las resinas. Sin embargo esta dura menos que la amalgama y es 50% más costosa”, señala.
Contreras dice que con el boom del mercurialismo, en el ámbito odontológico se realizaron varias campañas haciendo hincapié en las consecuencias de la manipulación de mercurio. Hasta la fecha, dice él, “no he escuchado de ningún paciente que haya muerto por restauración con amalgama”.

El odontólogo recuerda que en el pasado se mezclaba la amalgama con el mercurio. “Ese mercurio caía al piso o en el desagüe, pero de unos diez años para acá las fábricas de amalgamas empezaron a hacer mezclas más nobles, hicieron dosis necesarias entre amalgama y mercurio, dosis mínimas. Ahora las mezclás en una máquina y el odontólogo ya no las manipula”.

Contreras sostiene que la amalgama se va a seguir usando mientras no se consiga un material de restauración que sea fuerte y de bajo costo.

“Mucha gente se cambia la amalgama por resina, por estética, pero a los dos o tres años se la tiene que restaurar porque esa resina ya dio su vida útil por muchos factores: por la calidad de la resina, la manera cómo lo manipularon, y porque puede dar sensibilidad en el diente. Uno le da la opción al paciente y una mayoría opta por la estética”, agrega el dentista.

CASO NICARAGUA
Se estima que la empresa Pennwalt, que operó en el país entre 1967 y 1992 y que producía cloro y soda cáustica, liberó unas 40 toneladas de mercurio al Lago Xolotlán y sus alrededores.

Una investigación elaborada por especialistas del Cira y del Instituto Nacional de la Enfermedad de Minamata de Japón, denominado “Contaminación ambiental por mercurio en el Lago Xolotlán, Nicaragua: Evaluación de Riesgo a la Salud Humana”, elaborada en el periodo 2004-2007, reveló que la cantidad de metilmercurio en las mojarras del Lago Xolotlán fue 1.5 veces más alta que en los peces control, de la Laguna de Moyúa.

“Esto indica la presencia de acumulación de mercurio a través de la cadena alimenticia en el Lago Xolotlán. Aunque el contenido de metilmercurio en los peces del Lago Xolotlán es bajo, existe una diferencia entre ambas especies, siendo cinco veces más alta la concentración en los primeros, lo cual puede atribuirse a que estos son piscívoros. Asimismo estos resultados sugieren que existe un proceso de metilación que debe ser vigilado”, se establece en los resultados del estudio.

Los resultados determinaron que “los suelos de la empresa Pennwalt siguen siendo una fuente potencial de mercurio para el Lago Xolotlán y que el mercurio orgánico encontrado en las diferentes matrices es producto de la transformación del mercurio que fue liberado por la empresa”.

Fuente: El País 

zaterdag 18 oktober 2014

Gerold Dompig: ‘Bezoek Assembleelid Pokie aan Balingsula is mislukt’

Voorzitter Commissie Ordening Goudsector schoffeert politica

Dompig kan niet omgaan met kritiek en vindt dat die kritiek ‘nu eens moet ophouden’

18-10-2014


Paramaribo - De Commissie Ordening Goudsector (COG) wacht instructies af van het Bureau Nationale Veiligheid om eventueel met harde hand illegale goudzoekers te verwijderen van Balingsula.

‘Ik heb een rapport opgemaakt van wat zich heeft voorgedaan, zoals gesprekken met Suralco, IAmGold, de krutu die is gehouden op last van districtscommissaris Ivonne Pinas en de petitie van goudzoekers. Ik handel niet op eigen houtje. Na de krutu hadden we de mannen achtenveertig uur de tijd gegeven het gebied te ontruimen. Ik wacht op instructies en als het kabinet vindt dat de veiligheid van de dammen van de Suralco in gevaar zijn, zullen we alsnog ontruimen’, zegt Gerold Dompig, voorzitter van het Managementteam van de commissie, vandaag, zaterdag 18 oktober 2014, op Starnieuws.

Dompig bevestigt dat het Assembleelid Diana Pokie (A Combinatie) gisteren naar het gebied is getrokken om zich te oriënteren. Pokie heeft volgens hem niet de juiste procedure gevolgd en helemaal geen contact gemaakt met de commissie. De missie van de parlementariër is volgens Dompig dan ook mislukt.

'Met alle respect voor mevrouw Pokie, maar haar kritiek op de commissie is hetzelfde politiek liedje dat ik hoor vanuit de A Combinatie de afgelopen vier jaar’, beweert Dompig. Hij vindt de kritiek onterecht en blijft er bij, dat die is ingegeven door politieke belangen. ‘Ik vraag me af waarom mevrouw Pokie mij niet heeft gebeld en gevraagd om haar mee te nemen naar het gebied. Wij hadden haar gaarne rondgeleid en haar van de juiste feiten voorzien. Nu gaat zij met goudzoekers en een journalist naar een verkeerde plek. Daar aangekomen belt niet zij, maar de journalist mij op om doorgelaten te worden. Zo werkt het niet’, betoogt Dompig.

Dompig vindt dat de kritiek op de COG nu eens moet ophouden. ‘Je kan de commissie niet voorbij gaan en nu vinden dat de president alleen de zaak moet oplossen. We praten hier over een situatie waar de nationale veiligheid van het land in gevaar is gebracht door de goudzoekers. Als door hun activiteiten de dam barst, wat dan, maar dan is het te laat. Trappen tegen de commissie heeft geen zin.’

Hij zegt dat de commissie niet in staat is gebieden eigenhandig toe te wijzen aan de goudzoekers. Ook de president zou dat niet kunnen, omdat het hier gaat om concessiegebieden van IAmGold en de Suralco, waar de illegalen werkzaam zijn. ‘De president zou zichzelf in de kaart spelen, omdat hij dan aan de concessieafspraken zou komen. De maatschappijen hebben terecht de alarmbel geluid. De commissie kan alleen als bemiddelaar optreden en is als overheidsinstantie aangewezen om te ordenen. Ik heb dan ook wel begrip voor het standpunt van de goudzoekers dat zij ergens moeten hebben om te werken, maar in deze situatie kan je niet het mes op de keel plaatsen van de regering.’

Dompig beweert verder, dat het geroep van de goudzoekers steeds weer is, dat zij een plek nodig hebben waar goud is en dat er geen ander werk is. ‘Als ik wist waar het goud te vinden was zou ik niet voor de commissie werken. We moeten eerst prospecten en dat gebeurt nu onder leiding van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst. We zijn nu al begonnen om een geschikte plek te zoeken voor de mannen in het gebied, maar waar ze nu zijn kunnen ze niet blijven. Wanneer er opruiming plaatsvindt, gebeurt dat ook niet door normale ambtenaren, maar door aan de commissie toegevoegde politieambtenaren die daarvoor de bevoegdheid hebben.’

Dompig stelt daarenboven ook, dat de kritiek totaal voorbij gaat aan de verworvenheden van de commissie. ‘Ook in die gevallen waar geschreeuwd werd dat er geen goud is, hebben wij na bemiddeling met de goudmaatschappij gezorgd voor werkgelegenheid. Ik kan onder andere noemen Nieuw Koffiekamp. Daar ging het om vijftig man, veel geschreeuw, nu werken er tweeduizend man in het Romagebied (van IAmGold). Makamboa is het zelfde geval (Makamboa is de organisatie van porknokkers uit Nieuw Koffiekamp). Dus daarom moeten de mannen niet eerst roepen er is geen goud, maar komen praten. Ik begrijp ook dat ze niet ver willen omdat ze geen geld hebben om te investeren, maar daarom juist moeten ze komen praten met de OGS. Wij zijn er niet voor de goudmaatschappijen, maar om de goudsector te ordenen en zeker voor de goudzoekers om te bemiddelen dat zij inderdaad een bestaan kunnen hebben.’

Noot:
Deze man, Dompig, kan dus echt niet omgaan met kritieken op het functioneren van zijn commissie. Hij stelt zich arrogant op en schoffeert politica Pokie. 

Waarom zou je als politicus of als wie dan ook toestemming moeten vragen aan de commissie om een bezoekje te brengen aan een dam aan de rand van het stuwmeer? Is hij, Dompig, of de commissie beheerder/eigenaar van dat gebied? 

Deze man zou eens in de spiegel moeten gaan kijken en zich moeten gaan afvragen waarom zovelen toch kritiek hebben op het functioneren van de commissie?, en dat zijn dus echt niet alleen politici als Pokie en Asabina. Zal hij zich nooit eens afvragen, tja, misschien doe ik echt iets niet goed, bijvoorbeeld in de communicatie met de burgers, de goudzoekers, de media. De attitude van de man is simpelweg fout. Hij staat nauwelijks open voor meningen van anderen. Alleen wat hij zegt is correct.
Alleen wat hij zegt is de waarheid.

Overigens is dit weer een typisch Starnieuws-artikel. De webredacteur stelt werkelijk geen enkele kritische vraag aan Dompig. Het is eenrichtingsverkeer in het artikel. Dompig mag praten, praten en praten en een politica schofferen zonder dat webredacteur Wilfred Leeuwin ook maar 1 kritische vraag durft te stellen...... Journalistiek??? Starnieuws???? Bagger, dat is het.

Assembleelid Pokie: ‘Kwestie illegale goudzoekers rond stuwmeer alleen oplossen door ingrijpen president’

Politica (terecht) niet te spreken over optreden Commissie Ordening Goudsector

18-10-2014


Paramaribo - Het Assembleelid Diana Pokie (A Combinatie) zegt dat niet de Commissie Ordening Goudsector (COG), maar president Desi Bouterse zal moeten zorgen voor een structurele oplossing voor het probleem van de kleine illegale goudzoekers in het gebied rond het stuwmeer. De goudzoekers hadden tot gisteren de gelegenheid gekregen van de commissie om zich uit het gebied te verwijderen.

Eerder hebben zij een petitie ingediend bij het Kabinet van de President, waarin zij zeggen bereid te zijn te vertrekken als ze maar een geschikte plek krijgen om naar goud te zoeken.

Pokie, afkomstig uit Brownsweg, heeft zich gisteren samen met een groep goudzoekers en een vertegenwoordiger van het traditioneel gezag georiënteerd in het gebied. Zij en haar gevolg kregen geen toestemming van de commissie om via de normale route het gebied te betreden.

‘Wij zijn via een omweg geweest en hebben geprobeerd een goed beeld te krijgen van de situatie. Ik wil vooraf stellen dat het een feit is dat de goudzoekers uit het gebied moeten vertrekken, maar de situatie is heel anders dan wat de commissie steeds zegt. Het probleem is niet alleen dat de goudzoekers illegaal in het gebied zijn. De mannen zijn echt wel bereid te vertrekken, maar willen dat de president bemiddelt met IAmGold en Suralco om ze een geschikte plek te geven waar zij naar goud kunnen zoeken.'

Pokie stelt ook, dat er plekken worden aangewezen door de commissie, maar dat het onmogelijk is voor de goudzoekers om daar te werken, zonder het juiste equipement en genoeg financiële middelen. ‘De mannen hebben die machines niet, de plekken die hen worden toegewezen zijn ver. Wat verwacht de regering dan dat er zal gebeuren, wanneer net in de achtertuin van de mannen concessies worden uitgegeven aan buitenlandse maatschappijen?’

De parlementair zegt tijdens de oriëntatie niet gemerkt te hebben, dat de goudzoekers activiteiten ontplooien in de buurt van de dammen van de Suralco. ‘Het dichtstbijzijnde kamp is op ongeveer twee kilometer afstand van de eerste dam’, constateert Poki.

Gerold Dompig, voorzitter van het zogenoemde Managementteam van de commissie, beweerde afgelopen week nog in een interview op Apintie Radio, dat er goudzoekers zijn die werken op nog geen vijftig tot tachtig meter afstand van een dam.

De COG heeft eerder gewaarschuwd dat de activiteiten van de goudzoekers een gevaar vormen voor de dammen van de Suralco. Pokie is na de oriëntatie vooral niet te spreken over de manier waarop de commissie met deze kwestie omgaat. Volgens haar wordt niet echt gezocht naar een structurele oplossing wanneer de commissie onderhandelt met basja’s en kapiteins en de mannen een verre plek aanwijst. De parlementair vindt dat de COG deze zaak op de spits zal drijven wanneer geen juiste informatie wordt gegeven en de goudzoekers als slechts illegalen worden bestempeld.

Pokie is er ook niet over te spreken, dat vanuit de commissie wordt beweerd dat sommige parlementariërs uit het gebied belang bij hebben dat de illegalen zich daar ophouden. ‘Ik daag de COG uit te bewijzen dat met name ik een belang heb. Ik heb geen enkele machine in het gebied en geen enkele interesse om goud te winnen’, zegt Pokie. Zij zegt niet te ontkennen dat er onder de mannen enkelen zijn die zelf geen goudwinningsactiviteiten ontplooien, maar derden in het gebied brengen en van hen commissies ontvangen. Dit is eerder ook al beweerd door de commissie.

‘Maar ik zie dat als onderdeel van het grote plaatje waarin dit probleem zich voordoet. Er is geen enkele mogelijkheid tot werk in het gebied. Goudactiviteiten zijn voor de hand liggend. De regering moet er gewoon voor zorgen dat de mannen een goede plek krijgen, waar zij naar goud kunnen zoeken en op die manier zichzelf en hun gezinnen kunnen onderhouden. Ik doe niet aan politiek in deze kwestie, maar leg het probleem uit dat zich afspeelt in mijn gebied. In de commissie is er geen vertrouwen, zeker niet wanneer er wel scallians in het gebied opereren waarvan niemand iets zegt. Hierover heeft mijn collega Ronny Asabina vaker vragen gesteld in het parlement’, zegt Pokie.

Poki wijst er op dat tijdens een krutu, de vorige week werd belegd door districtssecretaris Ivonne Pinas, unaniem is besloten dat de goudzoekers uit het gebied moeten vertrekken. Er is toen geen ultimatum gesteld. De voorwaarde was wel, dat ingrijpen van de president wordt gevraagd en dat die bemiddelt dat de goudzoekers een geschikte plek krijgen.

‘Deze kwestie zal niet worden opgelost en zelfs uit de hand lopen wanneer de president niet zelf ingrijpt’, aldus Pokie.

woensdag 15 oktober 2014

Gerold Dompig (Commissie Ordening Goudsector) onder vuur: Dompig zou grote wanbetaler zijn en privé en werk niet weten te scheiden

Ondernemer Profijt: 'Dompig is regeringsadviseur? Hij is een wanbetaler!'

Dompig zou ondernemer totaal Srd 250.00 verschuldigd zijn

15-10-2014  Obsession Magazine/Dagblad Suriname


Paramaribo - 'Gerold Dompig van Commissie Ordening Goudsector (COG) moet mij betalen. Zowel in privé als voor diensten die ik voor de commissie heb uitgevoerd. Ik heb zijn woning verbouwd en daar heeft hij mij nog steeds niet voor betaald. Hij heeft bij mij een openstaande rekening staan van Srd 130.000. Ik ben moe van het vragen naar mijn geld. Ik ben een civiele zaak tegen hem begonnen. Ik heb ook het identiteitskaartenproject voor de COG gedaan. Ook daarvoor moet ik betaald worden. Die rekening loopt in de Srd 120.000. Ook daar heb ik een civiele rechtszaak over ingediend.’

Aan het woord is een zeer gebelgde Dennis Profijt in het Dagblad Suriname van vandaag, woensdag 15 oktober 2014, die met zijn bedrijf ‘Projects NV’ diensten heeft geleverd aan de commissie en haar voorzitter  Gerold Dompig.

‘Ik ben het zat. Al mijn rekeningen staan rood. Ik kan mijn arbeiders niet meer betalen en heb ze bij een ander bedrijf te werk laten stellen. Ik krijg nog steeds projecten van de regering, maar deze mensen betalen de rekeningen niet.’

Profijt overlegt stukken, waaruit blijkt dat Dompig het perceelland waarop zijn woning staat heeft aangekocht voor het bedrag van Srd 940.316, 24. Wat Profijt stoort, is dat in de desbetreffende notariële akte is opgenomen dat Dompig regeringsadviseur is en dat hij woont aan de Jagernath Lachmonstraat nummer 181. ‘Dat is het kantoorgebouw van de COG’, zegt Profijt. Dit is een valse opgave in een authentieke akte en een strafbaar feit.

De krant sprak met Melvin Linscheer, directeur Binnenlandse Veiligheid en ook lid van de Commissie Ordening Goudsector, welk laatste niet door de krant wordt vermeld. Hij bevestigde dat Dompig geen regeringsadviseur is. Dompig is beleidsadviseur en Linscheer dacht dat deze functie misschien ook als regeringsadviseur kon worden aangemerkt. Dat dit niet zo is, zal simpel uit de salariëring blijken.

‘Toen de woning af was, had Dompig geen geld over voor inboedel. Ik heb met een bevriende handelaar afgesproken dat hij op afbetaling zijn inboedel kon betrekken. Dompig nam heel veel spullen op rekening, maar betaalde de handelaar niet. Ik werd steeds hiervoor gebeld en heb toen de handelaar maar betaald. Per slot van rekening waren de afspraken via mij gegaan’, zegt Profijt. ‘Toen ik de rekening van Srd 47.000 aan Dompig gaf, vroeg hij mij een vals stuk op te maken en te overfactureren, zodat hij mij uit de pot van OGS kon betalen. Gerold daar doe ik niet aan mee, zei ik tegen hem en vanaf die dag ben ik ook klaar met hem.’

De krant schreef eerder, dat het al geruime tijd rommelt binnen de commissie. De COG, die voor drie jaar in het leven was geroepen om de goudsector te ordenen met dien verstande dat na de ordening de Staat belasting kan innen uit deze sector, is nog steeds in uitvoering. Vorig jaar werd er nog een begroting van zo’n Srd 20 miljoen ingediend. Dat is vreemd, omdat het mandaat van de commissie in het eerste kwartaal van 2014 moest zijn verlopen. Hierover zijn vragen gesteld door de Vaste Commissie van Natuurlijke Hulpbronnen in De Nationale Assemblee (DNA).

Het VHP-Assembleelid Asiskumar Gajadien vraagt zich af wat de commissie al die tijd met alle gelden heeft gedaan. ‘Niet eens 100 kleine goudzoekers zijn geregistreerd. Volgens toezegging van de COG zouden 75% van de illegale goudzoekers al geregistreerd moeten zijn. Dit is niet eens 1%. De weinige geregistreerden hebben geld betaald voor de registratie, maar hebben tot op heden geen pasje ontvangen. De besteding van de middelen is ook onduidelijk’, stelt Gajadien.

Ondertussen schijnt het een njang patu te zijn binnen de COG. Er zijn heel wat voertuigen aangeschaft, waarvan sommigen klemgereden zijn, omdat er verkeerde brandstof is getankt. Ook heeft de commissie rekeningen lopen bij verschillende leveranciers en blijkt zij niet in staat te zijn deze te betalen.

Dompig vaart er ook wel goed bij, want een lokale bank heeft hem onlangs twee privéleningen tot een totaal van 1.3 miljoen verstrekt. Het verbaast Gajadien dat iemand die nauwelijks drie jaar in Suriname werkt, in aanmerking kan komen voor zulke grote leningen.

‘Dan moet je een geweldig onderpand hebben’, stelt Gajadien, die documenten van deze leningen in handen heeft. Ook het DNA-lid Diana Pokie gaf in een eerder vraaggesprek te kennen, dat het beleid van de commissie niet transparant is. Wat de COG vertelt en wat in het veld leeft, is heel erg tegenstrijdig met elkaar. De commissie had de goudzoekers van Nieuw Koffiekamp, verenigd in Makamboa NV, beloofd andere concessies buiten de Rosebel goudmijn te geven. ‘De belofte is bij woorden gebleven, want in de praktijk is er niets van te merken’, zegt Pokie. De jongens zijn geregistreerd, maar verdere acties zijn niet meer ondernomen. ‘Er zou ook een beheersorgaan komen, maar daarvan hebben we ook niets vernomen.’

Uit het artikel wordt niet duidelijk of de redactie van het Dagblad Suriname getracht heeft een reactie los te krijgen van Dompig….

Noot:
Het wachten is op een reactie van Dompig. Maar, duidelijk moge zijn dat iemand die op deze wijze kennelijk opdrachten verstrekt en vervolgens niet overgaat tot betaling, niet de meest geschikte persoon is als voorzitter van het Managementteam van de Commissie Ordening Goudsector. Het is dan ook logisch, dat die commissie tot vandaag de dag nooit een financiële verantwoording heeft gepubliceerd over ieder jaar dat zij bestaat, 2011, 2012 en 2013. De commissie doet overigens sowieso weinig aan communicatie met de burgers. De website van de commissie vermeldt nauwelijks enige recente informatie. Persberichten heeft de commissie zelden tot nooit uitgebracht. Het is een presidentieel orgaan waarbij vele vragen gesteld kunnen worden. Een orgaan dat een gesloten karakter vertoont. Een orgaan dat niet kan omgaan met kritiek en criticasters. Op diverse door mij aan de commissie verzonden emails met vragen over issues die betrekking hebben op de kleinschalige goudwinning is nooit (!) gereageerd. 
Deze commissie bestaat uit avonturiers, die met geld van de bevolking dwars door het binnenland rijden in mooie bestickerde pick-up's. 
Een commissie die nu en dan uit bepaalde gebieden een handjevol illegale goudzoekers verwijderd, om ze vervolgens gewoon terug te laten keren. 
Een commissie zonder enig beleid. 
Een commissie die feitelijk zou moeten worden opgeheven en plaats moeten maken voor een onafhankelijke non-gouvernementele organisatie, een stichting of een vereniging.
Een commissie rijp voor verandering, een commissie rijp om zelf geordend te worden, een commissie rijp om te verdwijnen.